Dichter bij je kind met babygebaren

Dichter bij je kind met babygebaren

Het kan een uitdaging zijn om te achterhalen wat kinderen willen vertellen of nodig hebben. Zeker de allerkleinsten hebben nog niet de woordenschat om zich uit te drukken. Gelukkig zijn er naast woorden ook andere manieren om te communiceren. Onze pedagogische coach Karen De Meyer experimenteerde samen met kinderdagverblijf Het Bevertje met babygebaren in de kinderopvang. Benieuwd naar onze bevindingen? Lees dan zeker verder!

Babygebaren zorgen voor een betere communicatie

Het duurt een hele poos voor baby’s leren praten, maar dat wil niet zeggen dat ze niet kunnen communiceren. Ze huilen, lachen, maken geluidjes en gebaren. Om te laten zien dat ze honger hebben, of blij zijn.

De eerste echte woordjes komen pas rond het eerste levensjaar. En echt iets vertellen komt nog later, legt Karen De Meyer uit. Zij is pedagogisch coach bij Helan Kinderopvang en leidde dit jaar een project met gebaren in de kinderopvang.

“Zo lang kinderen niet kunnen praten, gebruiken ze vaak hun handen om iets duidelijk te maken. Als volwassene leer je hen dat ook spontaan aan. Je wijst naar dingen, gooit kushandjes, zwaait, speelt kiekeboe enzovoort.

Kinderen begrijpen die gebaren, doen ze na, en gaan ze zelf ook gebruiken. Zo praten ze al snel met hun omgeving, ook zonder woorden. Op die spontane gebaren bouwen we bij Helan Kinderopvang actief voort.

We stoppen uiteraard niet met praten, want die prikkels hebben kinderen nodig voor hun taalontwikkeling. Maar we ondersteunen wat we zeggen met duidelijke gebaren. Zo zorgen we voor een betere communicatie net in die periode waarin kinderen nog niet goed genoeg kunnen praten om duidelijk te laten weten wat ze nodig hebben.”

Brug naar gesproken taal

Onderzoek toont aan dat woorden ondersteunen met gebaren goed is voor de taalontwikkeling van kinderen, benadrukt Karen De Meyer: “Je bent vroeger bezig met taal, kinderen vragen zelf via de gebaren de woorden op, taal wordt meer herhaald en er ontstaat een rijkere woordenschat.

En zodra kinderen kunnen praten, verdwijnen de gebaren vanzelf. Het is een natuurlijke stap in het proces: kinderen verlangen stap voor stap zelf ook naar een meer verfijnde manier van communiceren.” Babygebaren zijn zo een handige brug naar gesproken taal. En natuurlijk blijven sommige gebaren bestaan, ook bij volwassenen. Even zwaaien of een kushandje gooien. Het maakt wat we zeggen er vaak nog sterker of oprechter op.

Wanneer start je met babygebarentaal?

Wanneer je best start met babygebaren hangt af van de ontwikkeling van elk kind. Karen De Meyer: “Tussen 6 en 12 maanden krijgen kinderen doorgaans belangstelling voor communicatie. Ze gaan wijzen, zwaaien gedag, knikken ja of schudden nee, brengen spullen naar je toe… Dan weet je dat de klik er is. Ga je dan zelf nieuwe gebaren introduceren, dan merk je dat kinderen tussen 10 en 14 maanden die beginnen na te doen en zelf te gebruiken.”

De voordelen van babygebaren

  • Babygebaren bouwen voort op de spontane ontwikkeling van kinderen
  • Ze helpen kinderen om sneller duidelijk te maken wat ze willen
  • Kinderen leren al spelend bij en nemen de gebaren met enthousiasme over
  • Het stimuleert de taalontwikkeling: er ontstaat een betere connectie tussen de linkerhersenhelft (taal) en de rechterhersenhelft (motoriek)
  • Sneller gehoord en begrepen worden verhoogt de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van kinderen
  • In de groepsopvang kunnen kinderen ook met elkaar communiceren via gebaren, ook al hebben ze een andere thuistaal

Babygebaren in de kinderopvang

In een proefproject in opvang Het Bevertje ondersteunde Karen De Meyer een team van kinderbegeleiders bij de opstart van babygebaren. En ook de ouders namen ze mee in het verhaal: “Samen gingen we op zoek naar gebaren die zowel voor de kinderbegeleiders als voor de kinderen een meerwaarde kunnen bieden.

Intussen zijn er in die opvang al 20-tal gebaren gangbaar en worden ze actief gebruikt als ondersteuning van de gesproken taal. Het is zo fijn om te zien hoe trots kinderen zijn als ze merken dat ze begrepen en gehoord worden. Dat geeft echt een boost aan hun zelfvertrouwen.

En als kinderen sneller kunnen aangeven wat ze willen, kunnen de begeleiders ook beter op hun noden inspelen. Dat komt de band tussen hen alleen maar ten goede. Ouders, kinderen én kinderbegeleiders zijn heel enthousiast en het project smaakt duidelijk naar meer.”

    Enkele voorbeelden:

    Terug naar blog